Skip to main content

 

Wat zegt de wet over cannabis?

In België heeft niet enkel de drugwetgeving betrekking op de productie, de verkoop, het bezit en het gebruik van cannabis. Ook andere wetten reguleren deze verschillende aspecten. In dit artikel staan we stil bij het wetgevend kader rond cannabis. Hierbij zullen we ook inzoomen op cannabidiol- of CBD-producten. Deze producten zijn recent aan een opmars bezig, mede door de komst van online en offline CBD-shops en legale cannabiswinkels. Toch hebben veel mensen vragen over de wettelijke status van de verkoop, het bezit en het gebruik van deze producten.

De Belgische drugwetgeving ontstond in 1921 en komt voort uit de officiële bekrachtiging van het Opiumverdrag van Den Haag in 1914 door België. In de jaren die volgden werd deze kaderwet verschillende keren hervormd en uitgebreid met verschillende wetten, koninklijke besluiten en omzendbrieven. De drugwetgeving is daardoor best complex, wat de leesbaarheid en de consistente toepassing ervan bemoeilijkt.

Sinds 2003 maakt de drugwetgeving voor meerderjarigen een onderscheid tussen cannabis en andere illegale drugs. Het gebruik en het bezit van cannabis bleven hiermee gewoon strafbaar, maar men poogde het enigszins te decriminaliseren. In de wet stond daartoe een artikel dat het voor de politie mogelijk maakte om cannabisbezit ‘voor persoonlijk gebruik’ enkel te registreren. Die optie bestond echter niet voor minderjarigen. Wanneer minderjarigen betrapt werden met cannabis, bleef de politie een proces-verbaal opstellen en doorsturen naar het parket. Veel mensen interpreteerden de wetshervorming toen foutief als een legalisering van cannabis ‘voor persoonlijk gebruik’. Een misvatting die zelfs tot op vandaag bij veel mensen leeft.

In 2004 werd bovenstaand artikel vernietigd door het Arbitragehof, omdat het onder meer niet duidelijk was wat er dan juist bedoeld werd met een hoeveelheid cannabis ‘voor persoonlijk gebruik’. In 2005 kwam hier met een omzendbrief meer duidelijkheid rond. Sindsdien kan de politie de laagste vervolgingsprioriteit geven aan meerderjarigen die betrapt worden met minder dan 3 gram cannabis of maximum 1 geteelde vrouwelijke plant. Er wordt dan enkel een vereenvoudigd proces-verbaal opgesteld en, sinds de omzendbrief van 2015, moet de gevonden cannabis verplicht in beslag genomen worden. Indien er echter sprake is van verstoring van de openbare orde, verzwarende omstandigheden of een indicatie van probleemgebruik, wordt er een gewoon-proces verbaal opgesteld dat doorgestuurd wordt naar het parket voor verdere afhandeling. Deze afhandeling kan variëren van een seponering tot een doorverwijzing naar de correctionele rechtbank.

Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de procedure van het vereenvoudigd proces verbaal geen recht is dat burgers kunnen afdwingen, ook al zijn bovenstaande voorwaarden vervuld. Dit wil zeggen dat ondanks deze voorwaarden de afhandeling soms anders kan verlopen dan via een vereenvoudigd proces verbaal. De reden hiervoor is dat de voorwaarden voor het vereenvoudigd proces verbaal enkel beschreven staan in omzendbrieven, die enkel gelden voor personeelsleden, diensten, instellingen, rechtspersonen of overheden die onder het toezicht of gezag staan van de minister van Justitie. Mochten deze voorwaarden daarentegen verankerd geweest zijn in wetten, dan hadden burgers hier wel rechten aan kunnen ontlenen en waren rechters wel verplicht geweest om met deze voorwaarden rekening te houden.

Ondanks bovenstaande wetgeving waren er tot 6 september 2017 een aantal types cannabis die volgens de wet niet illegaal waren. Het ging hierbij om synthetische varianten die tot de zogenaamde ‘legal highs’ behoorden. Dit zijn stoffen die de farmacologische effecten van klassieke illegale drugs nabootsen terwijl ze een andere of aangepaste chemische structuur hebben. Hierdoor kwamen veel van deze middelen tijdelijk niet voor op de lijst met verboden middelen, waardoor ze dus tijdelijk ‘legaal’ waren. Met de komst van het Koninklijk Besluit (KB) van 6 september 2017 werd hier paal en perk aan gesteld. Er werd met dit KB namelijk een lijst opgesteld die de basisstructuren van verboden middelen beschrijft en hierbij meteen ook alle derivaten ervan verbiedt. Met dit KB werd aan de vermelding ‘cannabis’ en ‘cannabishars/extracten/tincturen’ op de lijst van verdovende middelen die onder internationale controle staan volgens het Enkelvoudig verdrag van New York van 1961 ook volgende voorwaarde toegevoegd: “EN waarbij telkens de som van [00e2][0088][0086]9-THC (…) en THCA (…) groter is dan 0,2%”. Die voorwaarde werd opgenomen om de Belgische drugwetgeving beter te stroomlijnen met het EU-recht voor de teelt van hennep. Hennep kent namelijk ook toepassingen in o.a. de bouw- en textielnijverheid.

Het is op deze grenswaarde van 0,2% tetrahydrocannabinol (THC) dat veel CBD-shops en legale cannabiswinkels zich nu beroepen om legaal cannabis en CBD te verkopen.

De voedingsmiddelenwetgeving

Bovenstaande grenswaarde van 0,2% THC is echter niet zaligmakend en geldt onder andere niet in het kader van voedingsmiddelen. Het KB van 31 augustus 2021 is hier namelijk heel duidelijk in en categoriseert Cannabis Sativa L. of hennep als een gevaarlijke plant die in zijn geheel, als deel of als preparaat niet verwerkt mag worden in voedingsmiddelen of –supplementen.

Vroeger moest er een individuele lot-per-lot uitzondering gevraagd worden bij de FOD Volksgezondheid voor voedingsmiddelen waarin hennepzaad of -melk verwerkt zit. Dit is sinds 1 januari 2023 veranderd. Via een Europese richtlijn werd een limiet vastgelegd van 3,0 mg/kg “THC-equivalenten”(1) voor hennepzaad en 7,5 mg/kg voor hennepzaadolie. Producten die deze limieten overschrijden, mogen niet in de handel gebracht worden.

Concreet voor België wil dit zeggen dat, op basis van artikel 3 §2 van het KB van 31 augustus 2021 en het algemene advies van de Plantencommissie van 4 april 2022, het gebruik van hennepzaad en daarvan afgeleide producten (vb. hennepzaadolie, gemalen hennepzaad, de perskoek van het zaad, hennepzaadeiwit) is toegelaten. Dit onder de voorwaarde dat er voor elk lot van het gebruikte hennepzaad of afgeleide product, via een analysecertificaat kan worden aangetoond dat bovenstaande limieten niet worden overschreden. De analysecertificaten moeten voorgelegd kunnen worden in geval van een controle. Bovendien moet voor voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen, die samengesteld zijn uit hennepzaden of afgeleide producten, het notificatiedossier minstens één analysecertificaat bevatten.

Het is belangrijk om op te merken dat de bovenstaande wijziging enkel geldt voor hennepzaad en de hiervan afgeleide producten. In tegenstelling tot deze producten, staan andere delen van de cannabisplant (de bladeren, de stam, de bloemen en hun preparaten) namelijk wel op de Europese lijst met ‘novel foods’. Dit wil zeggen dat deze niet mogen verhandeld worden als voedingsmiddel. Ook CBD en CBD-extracten staan op deze lijst en moge in geen enkele vorm als voedingsmiddel of als voedingssupplement in de handel worden gebracht, zelfs niet als het afkomstig is van cannabisplanten met een THC-gehalte van minder dan 0,2%. Ten slotte wordt ook synthetisch verkregen CBD beschouwd als ‘novel food’.

De regelgeving over ‘voor roken bestemde kruidenproducten’

In België moeten kruidenproducten die bestemd zijn om te roken een notificatieprocedure doorlopen. Hierbij moeten een aantal gegevens (o.a. bestanddelen, hoeveelheden, …) aan de FOD Volksgezondheid worden voorgelegd vooraleer deze producten op de markt mogen komen. Alle producten die aan deze administratieve verplichting voldoen, komen op een ‘positieve lijst’ en mogen, onder dezelfde naam als op de lijst, op de markt gebracht worden. Let wel, deze notificatie is geen garantie dat een product veilig is voor de gezondheid. Bovendien is het niet de enige voorwaarde waaraan voldaan moet worden om een product op de markt te brengen. Denk onder andere ook aan de bepalingen rond accijnzen, etikettering, … die moeten nageleefd worden.

Wanneer producten die bestemd zijn om te roken cannabis bevatten of aangeboden worden als “CBD-product”, gelden enkele bijkomende voorwaarden: zo moet bovenstaand notificatiedossier bijkomend een analysecertificaat bevatten dat aantoont dat het THC-gehalte van het product lager is dan 0,2%. Zo niet, valt het product onder de drugwetgeving. Verder mag het etiket geen therapeutische indicaties bevatten, anders valt het onder de geneesmiddelenwetgeving. En tot slot mag het product niet voorgesteld worden als een kruidendrank of ‘potpourri’.

De cosmeticawetgeving

Ook in de cosmeticawetgeving (Europese verordening Nr. 1223/2009 en KB van 17 juli 2012) is een THC-gehalte van 0,2% geen kritieke drempelwaarde: cannabisextracten zijn simpelweg verboden in cosmetische producten. De enige uitzondering die hierop geldt, zijn extracten van bladeren en zaden die niet vergezeld gaan van bloeiende of vruchtdragende toppen. Hierdoor is o.a. ook het gebruik van CBD in cosmetische producten verboden, wanneer deze voortkomt uit de bloeiende of vruchtdragende toppen of uit de hele plant. Een olie geperst uit bijvoorbeeld hennepzaad kan daarentegen wel perfect verwerkt worden in cosmetische producten, omdat deze geen psychoactieve eigenschappen bevat.

Wanneer CBD-shops en legale cannabiswinkels dus cosmetische producten verkopen die gemaakt zijn met andere cannabisextracten dan diegene die in bovenstaande uitzondering beschreven staan, dan overtreden ze de wet.

Bovendien zorgt het toeschrijven van een geneeskrachtige of preventieve werking aan cosmetische producten ervoor dat deze niet langer gereguleerd worden door de cosmeticawetgeving. Op dat moment vallen deze producten onder de geneesmiddelenwetgeving, die ook duidelijke regels stelt rond het gebruik van cannabis.

De geneesmiddelenwetgeving

Volgens de geneesmiddelenwetgeving hebben alle middelen met een therapeutische werking een vergunning nodig vooraleer ze in België verkocht mogen worden. Hetzelfde geldt dus ook voor geneesmiddelen op basis van cannabinoïden. Bovendien schrijft het KB van 11 juni 2015 voor dat het afleveren van officinale bereidingen (=huisbereiding, zonder voorschrift) en magistrale bereidingen (=op voorschrift) die THC bevatten, verboden is in België, waardoor een apotheek dus enkel geneesmiddelen mag verkopen die door de farmaceutische industrie geproduceerd zijn. Op het moment van schrijven is op die manier enkel Sativex® (THC + CBD) onder strikte voorwaarden verkrijgbaar in de apotheek. Verder is ook Epidyolex® vergund, maar dit geneesmiddel is momenteel nog niet gecommercialiseerd in België.

Met betrekking tot CBD stelt een omzendbrief (nr. 648) van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) dat een te strikte interpretatie van bovenstaand KB ook de productie verbiedt van geneesmiddelen met farmaceutische grondstoffen die verontreinigd zijn met THC, zoals CBD. Dit terwijl deze geneesmiddelen niet geproduceerd worden met de bedoeling om THC te bevatten. Deze omzendbrief geeft daarom een aantal criteria mee om te bepalen of een grondstof die verontreinigd is met THC, door een apotheker kan gebruikt worden in een magistrale bereiding. Concreet wordt het hiermee voor apothekers mogelijk om naast Sativex®, onder specifieke voorwaarden, ook magistrale bereidingen met CBD af te leveren. Belangrijk hierbij is om te benadrukken dat het hier enkel om magistrale bereidingen gaat, die dus enkel op voorschrift verkrijgbaar zijn, en niet om andere bereidingen die vrij te koop zijn.

Eind februari 2019 zette de regering het licht op groen voor de oprichting van een cannabisbureau voor medicinale toepassingen. Hoewel hierover nog niet veel details bekend zijn, zal dit bureau deel uitmaken van het FAGG. Met dit bureau krijgt de Belgische overheid het monopolie op de productie, de handel en de in- en uitvoer van cannabis voor medische doeleinden. Hierdoor moet het makkelijker worden om degelijk onderzoek te voeren naar de medicinale toepassingen van cannabinoïden. Bovendien stelt deze ontwikkeling ons in staat een meer objectief debat te voeren over medicinale cannabis, dat losgekoppeld kan worden van de discussie over het gebruik van cannabis als roesmiddel. Al te vaak worden er in deze laatste discussie namelijk allerhande, soms slecht onderbouwde, gezondheidsclaims over cannabis aangedragen om het recreatief gebruik van cannabis te legitimeren.

Dossier cannabis

Heeft dit artikel je honger naar meer aangewakkerd, dan kan je daarvoor terecht in ons recent geüpdatet dossier cannabis . Daarin vind je onder andere meer details over wat er dan juist bedoeld wordt met ‘verzwarende omstandigheden’ of ‘verstoring van de openbare orde’. Je vindt er ook verschillende referenties naar verdere informatie en wetteksten. Bovendien wordt er in dit dossier ook stilgestaan bij andere onderwerpen zoals productinformatie, de illegale markt, risico’s en gevolgen en informatie over preventie en hulpverlening.

(1)THC-equivalenten zijn gedefinieerd als de som van THC en delta-9-tetrahydrocannabinolzuur (Δ9-THCA), uitgedrukt als THC (=Δ9-THC + 0,877 × Δ9-THCA). Dit komt omdat Δ9-THCA tijdens de verwerking van levensmiddelen kan worden omgezet in THC.