Skip to main content

Alcolaw. De Wet van 2009 over het verkopen en schenken van alcohol aan jongeren: stand van zaken en evaluatie

Alcoholgebruik is wereldwijd een veelbesproken gezondheidsprobleem. Zorgen dat jongeren pas
later starten met drinken, is cruciaal in alcoholpreventie (WHO, 2014b). Er bestaan in Europa wel
leeftijdsgrenzen voor alcoholgebruik, maar toch is alcohol voor veel jongeren van 15 en 16 jaar heel
gewoon (Mulder & De Greeff, 2013a). In België moet je minstens 16 jaar zijn om alcohol te mogen
drinken, maar de meeste min-16-jarigen dronken toch al ooit alcohol in hun jonge leven (Melis,
Rosiers & Geirnaert, 2014).
Die beschikbaarheid is een factor waar het beleid vat op heeft. Het aanbod en de beschikbaarheid
inperken lijkt zelfs bewezen effectief beleid te zijn (Babor e.a., 2010). Zo kan een overheid een
wettelijke minimumleeftijd bepalen voor alcoholgebruik om alcohol voor jongeren minder vlot
beschikbaar te maken. Er is bewijs dat dat een effectieve beleidsmaatregel is voor de gezondheid
(Achterberg, 2011). Daarom is de Belgische wetgeving in 2009 aangepast. Maar dat nieuwe
alcoholbeleid staat of valt natuurlijk met de bereidheid van verkopers om minderjarigen alcohol te
weigeren. En daarvoor moeten ze eerst de nieuwe regelgeving kennen. En ten slotte blijkt ook dat leeftijdsbeperkingen maar effectief zijn als ze gepaard gaan met handhaving op federaal, regionaal én lokaal niveau (Gosselt, van Hoof, de Jong & Prinsen, 2007). Handhaving heeft een dubbel effect: een effect op de directe beschikbaarheid van alcohol én een effect op de normen, attitudes en principes in de samenleving (Mulder & De Greeff, 2013a) (Wagenaar, 2011 in Mulder & de Greef, 2013).

Hogeschool Gent, UGent, ULG

Datum laatste aanpassing: 2025-04-10