Deze studie onderzoekt de waarde van kwantitatieve bioanalyse van drugs in onderzoeken naar drugs en autorijden. Op basis van het feit dat het gebruik van psychoactieve stoffen niet mag worden gecombineerd met autorijden, zou men kunnen argumenteren dat, vooral voor routinetests voor rijden onder invloed van drugs, het rapporteren van kwantitatieve resultaten niet nodig is en dat het voldoende is om de aan- of afwezigheid van een drug(klasse) te bepalen om de prevalentie van rijden onder invloed van drugs te bestuderen of om het risico op een ongeval in te schatten. Het voorbeeld van alcohol, waarbij het risico op een ongeval exponentieel toeneemt met een stijgende bloedalcoholconcentratie (waardoor het gebruik van een lage cut-off voor de aanwezigheid van alcohol het risico op een ongeval onderschat) suggereert dat het gebruik van kwantitatieve drugconcentraties in biovloeistoffen een toegevoegde waarde zou kunnen hebben. In de Belgische DUID-wetgeving worden zowel orale vloeistoffen als bloedstalen afgenomen en geanalyseerd met gelijkaardige cut-offs.
Het doel van deze studie is om het effect na te gaan van het gebruik van deze vergelijkbare cut-offs in gepaarde monsters van speeksel en bloed in een populatie van algemene bestuurders.
Van der Linden, G. (2015). Insights resulting from quantitative bioanalysis in studies of drugs and driving. Ghent University. Faculty of Medicine and Health Sciences, Ghent, Belgium.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaat informatie op te slaan en/of te openen. Door toestemming te geven voor deze technologieën kunnen we gegevens verwerken zoals browsegedrag of unieke ID's op deze site. Geen toestemming geven of de toestemming intrekken kan een negatieve invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.