Skip to main content

Evaluatie van het pilootproject Proefzorg.

Het project Proefzorg startte in 2005 in het gerechtelijk arrondissement Gent. Proefzorg is een alternatieve afhandelingsmodaliteit op parketniveau: het parket kan op het niveau van de opsporing en de vervolging de delinquent die bekend heeft en wiens daden te maken hebben met een verslaving of ziekte, naar de hulpverlening doorverwijzen. Het parket beschikt in dezer over twee mogelijkheden:

1.De korte Proefzorg (KPZ): wanneer het parket enkel de doorverwijzing naar de hulpverlening noodzakelijk acht

2. De lange Proefzorg (LPZ): wanneer het parket niet enkel de doorverwijzing naar, maar de ook opvolging van het hulpverleningstraject noodzakelijk acht. In dit geval wordt de Proefzorg gekoppeld aan een proefperiode van 6 maanden.

Dankzij het project Proefzorg is er een adequate opvang door de hulpverleningssector, en dit vrij snel na de feiten. Recidive en drugsgerelateerde criminaliteit worden zodoende voorkomen én reïntegratie bevorderd.

Proefzorg maakt gebruik van de praetoriaanse probatie. Dat is een tussenstap tussen seponeren en dagvaarden. Wanneer een Proefzorg lukt, zal de zaak immers worden geseponeerd, mislukt de proefzorgprocedure, dan wordt de zaak voor de rechtbank gebracht.

EVALUATIE

Het pilootproject Proefzorg maakte het voorwerp uit van een evaluatie door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, in samenwerking met de Universiteit Gent. De resultaten hiervan zullen binnenkort worden gepubliceerd.

Dit zijn de voornaamste bevindingen van de evaluatie:

Uit het kwantitatieve luik van de evaluatie bleek het volgende:

  • het totaal aantal dossiers oriëntatie PZ: 464 dossiers, 32 dossiers ervan waren op het moment van de gegevensoverdracht in uitvoering
  • het totaal aantal dossiers versus het totaal aantal individuele cliënten: 456 cliënten, van wie er 8 na mislukte Proefzorg via de correctionele rechter een heroriëntatie richting Proefzorg kregen
  • het aantal dossiers waarin de betrokkene op het voorgestelde aanbod ingaat: 380 dossiers. 88 % (n = 380) van de personen die werden uitgenodigd deel te nemen aan een procedure PZ werden bereikt, 12 % (n = 52) werden niet bereikt
  • Van de 88% verdachten die bereikt worden, krijgt 40% een oriëntatie KPZ en 60% oriëntatie LPZ.
  • het aantal dossiers waarin de voorgestelde voorwaarden succesvol worden opgevolgd: 224 dossiers (82%) , te weten 144 KPZ en 80 LPZ maw 97% van de KPZ slaagt, 64% van de LPZ slaagt.
  • het aantal dossiers waarin de voorgestelde voorwaarden niet succesvol worden opgevolgd: 57 dossiers (18%), meer bepaald: 5 dossiers KPZ en 52 dossiers LPZ maw 3% van KPZ slaagt niet en 36% LPZ slaagt niet.

Binnen het kwantitatieve luik werd tevens een voor- en nameting uitgevoerd. Hierbij werd getracht zicht te krijgen op de evoluties in het toepassen van andere alternatieven (minnelijke schikking, bemiddeling en probatie) vóór en na het ontstaan van Proefzorg. Na Proefzorg is er een daling zichtbaar in het relatieve aandeel van verschillende alternatieve afhandelingmodaliteiten. Deze daling is het meest uitgesproken bij minnelijke schikking, wat zich net als Proefzorg op parketniveau situeert. Ook bij probatieopschorting en –uitstel is er een daling merkbaar. Een deel van de problematische druggebruikers, die vroeger naar alle waarschijnlijkheid probatie kregen, kunnen nu in een eerdere fase, via Proefzorg, naar de hulpverlening worden doorverwezen. Wanneer deze bevinding teruggekoppeld wordt naar de doelstelling van Proefzorg, zien we dat deze bereikt wordt. Zo komen vooral problematische gebruikers in Proefzorg terecht, waardoor zij sneller in de hulpverlening terechtkomen.

Uit het kwalitatieve luik van het onderzoek blijkt dat de verschillende actoren over het algemeen tevreden zijn over hun rol en weinig knelpunten ervaren bij de uitoefening van hun taken. Het belangrijkste voordeel is de tijdswinst die Proefzorg creëert voor politie en parketmagistraten. Hulpverleners kaarten op hun beurt het belang aan van de verantwoordelijkheid van de cliënt om feedback te geven aan justitiële instanties, wat hun rol ten opzichte van justitie en de cliënt vergemakkelijkt. Ook de structuur en het opzet van Proefzorg wordt als positief ervaren. De vaakst vermelde voordelen hangen samen met het welzijn van de cliënt (snelle respons en doorverwijzing naar de hulpverlening). De actoren benadrukken ook het duidelijke kader waarin ze kunnen werken. Vooral de manier waarop informatie wordt uitgewisseld én de samenwerking zorgen voor een betere waardering dan andere alternatieven. Binnen Proefzorg werd namelijk de schriftelijke rapportage geïntroduceerd waardoor de feedback in een vaste vorm én op vaste tijdstippen gebeurt. Op deze manier werd tegemoet gekomen aan het traditionele euvel van beroepsgeheim en feedback.

Het project Proefzorg genereert duidelijk een meerwaarde ten aanzien van andere alternatieven. Op parketniveau was er een gebrek aan bruggen om middelengebruikers in de handen van de hulpverlening te geven. Proefzorg vult deze lacune in. De belangrijkste lessen die we uit Proefzorg kunnen trekken, hebben te maken met de samenwerking tussen justitie en hulpverlening. Zo vormen de proefzorgmanager en de meldpunten de brug tussen justitie en de drughulpverlening én is er sprake van een verbeterde samenwerking tussen deze beide actoren.

Universiteit Gent, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)

Datum laatste aanpassing: 2024-02-20