- Home
- Preventie & hulpverlening
- Jeugdhulpverlening
- Alcohol, drugs en wetgeving: FAQ voor jeugdhulpverleners
Alcohol, drugs en wetgeving:
FAQ voor jeugdhulpverleners
Voor wie?
Deze informatie is voor begeleiders die werken in de integrale jeugdhulp. De jeugdhulp wordt in Vlaanderen niet per sector georganiseerd, maar over de decretaal opgesomde sectoren heen. Dat wordt ‘integrale jeugdhulp’ genoemd.
Het doel van integrale jeugdhulp is dat elke minderjarige die ondersteuning nodig heeft, zo snel mogelijk de juiste hulp krijgt.
Het gaat over alle diensten en sectoren die door Vlaanderen worden gereglementeerd en gesubsidieerd voor hun hulpverlenend werk met minderjarigen en jongeren tot 25 jaar.
-
Residentiële voorzieningen voor kinderen en jongeren, inclusief de welzijnsinternaten
- Ambulante begeleidingsdiensten bijzondere jeugdzorg en sector VAPH
- Centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning
- Dagcentra
- Pleegzorg
- Diensten ondersteuningsplan
- Centra voor geestelijke gezondheidszorg
- Centra voor algemeen welzijnswerk
- Centra voor leerlingenbegeleiding
- Preventieve diensten van Kind en Gezin
Vragen over alcohol en drugs
Mag een voorziening de kamer en de spullen van een jongere controleren op drugs en alcohol?
De kamer doorzoeken en fouilleren zijn in principe verboden. Voorzieningen met mandaat tot geslotenheid mogen dat soms wel doen, als er individuele vermoedens zijn én als praten niet helpt. In een acute noodsituatie of met toestemming van de jongere mogen ook alle andere voorzieningen doorzoeken of fouilleren. Voor toezichtstaken (zoals hygiëne) mag je de kamer betreden, maar je mag niet gericht zoeken naar verboden spullen. Doorzoekingen gebeuren altijd met respect voor de privacy en met een duidelijke registratie in het dossier van de jongere. Een manuele aftasting of naaktfouille is te allen tijde strikt verboden.
Wat moet een voorziening doen met gevonden drugs?
Drugsbezit is strafbaar, dus je mag ze niet bijhouden, ook niet als voorziening. Laat de drugs bij voorkeur ophalen door de politie, zonder daarbij de identiteit van de jongere te noemen. Vernietigen mag enkel als de jongere instemt, maar dat is zelden aan te raden. Gaat het om druggerelateerde spullen waarvan het bezit niet strafbaar is (zoals een grinder), dan mag je die als voorziening tijdelijk bewaren. Noteer altijd wat je afneemt en waarom.
Wat als een begeleider merkt dat een jongere drugs bezit, gebruikt of dealt?
Je mag dat nooit toelaten: het is strafbaar en vraagt een duidelijke pedagogische reactie. Ga eerst in gesprek, bied hulp of schakel drughulpverlening in. Illegale middelen mag je anoniem aan de politie overhandigen, zonder de identiteit van de jongere te noemen. Ouders kan je betrekken als dat opvoedkundig helpt en de jongere zich daar niet (terecht) tegen verzet. Enkel bij ernstig of acuut gevaar mag je je beroepsgeheim doorbreken en het parket of de politie inschakelen.
Wat kan een voorziening doen als het middelengebruik van ouders risico’s inhoudt voor een kind?
De hulpverlener mag nooit toekijken als een kind door het middelengebruik van zijn ouders in gevaar komt. Eerst probeer je het gesprek aan te gaan en een veilige oplossing te vinden, door zelf tussen te komen of anderen in te schakelen. Blijft er acuut gevaar, dan mag je je beroepsgeheim doorbreken om dat te stoppen. Zie je structureel onveiligheid in het thuismilieu, dan schakel je een gemandateerde voorziening of het parket in. Altijd met één doel: de veiligheid van het kind garanderen.
Wanneer is een begeleider of voorziening aansprakelijk?
Een begeleider is strafrechtelijk aansprakelijk als hij zelf de drugwetgeving overtreedt of toelaat dat jongeren die hij begeleidt dit doen. Als het beleid van een voorziening toelaat dat jongeren de drugwetgeving overtreden, is ook de voorziening strafrechtelijk aansprakelijk. Een begeleider of een voorziening is burgerrechtelijk aansprakelijk bij een fout die schade veroorzaakt – ook voor de schade veroorzaakt door fouten van jongeren tijdens hun verblijf, tenzij ze bewijzen dat het toezicht zorgvuldig was. De private voorzieningen bijzondere jeugdzorg zijn verzekerd voor deze burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Enkel bij zware of herhaalde fouten draaien begeleiders persoonlijk op voor de toegebrachte schade.
Mag een voorziening een jongere verplichten tot een urinetest voor drugs?
Nee. Een urinetest is een medische handeling en mag enkel gebeuren door een arts of verpleegkundige, met toestemming van de jongere zelf. Ouders of de voorziening kunnen dat niet afdwingen. Een weigering mag ook niet als schuldbekentenis gezien worden of bestraft worden. Alleen een rechter of parket kan zo’n test opleggen, en dan nog met respect voor de grondrechten van de jongere.
Mag een voorziening medische zorgen of medicatie toedienen aan jongeren?
In principe niet, tenzij de begeleider bevoegd is om op te treden als ‘bekwame helper’ of als het gaat om eenvoudige dagelijkse handelingen (zoals medicatie geven volgens richtlijnen in de bijsluiter of op voorschrift). Voor andere medische zorgen is de tussenkomst van een arts of verpleegkundige nodig. Alle medische zorgen gebeuren vrijwillig: de jongere (of ouders) moet instemmen, en niets mag onder dwang gebeuren. Medicatie mag enkel op naam bewaard worden, niet in een algemene ‘huisapotheek’.