“Slaap- en kalmeermiddelen worden voorgeschreven door een arts. Hoe kan je dan aan preventie doen?”
Een interview met VAD-collega Kaatje Popelier over de preventie van psychofarmaca
De afgelopen maanden zetten we op VAD in op nieuwe informatieve materialen over psychofarmaca of psychoactieve medicatie: ons aanbod werd uitgebreid met nieuwe brochures, extra content op de Druglijn-site en een nieuwe flyer. De perfecte aanleiding om in gesprek te gaan met VAD-collega Kaatje Popelier. Zij is al jaar en dag één van de experten in huis als het gaat over slaap- en kalmeringsmiddelen (benzo’s, z-drugs, …), opioïde pijnstillers, antidepressiva en antipsychotica, en stimulerende medicatie zoals rilatine. Daarnaast – maar het staat er uiteraard niet helemaal los van – heeft ze zich ook gespecialiseerd in de doelgroepen ouderen en studenten en in eerstelijn-welzijnssettings. In dit interview deelt ze ons haar inzichten over deze thema’s en doelgroepen.
Nieuw materiaal over psychofarmaca in het VAD-aanbod
De nieuwe brochures, flyer en online pagina’s zijn te ontdekken via volgende links:
- Brochure ‘Bezorgd over slaap- en kalmeringsmiddelen?’
- Brochure ‘Bezorgd over zware pijnstillers?’
- Druglijnflyer ‘Stoppen met medicijnen’
- Drugs ABC – Medicatie op de Druglijn-website werd uitgebreid met informatie over antidepressiva
Kaatje, jij werkte mee aan deze uitbreiding van ons aanbod over psychofarmaca. Kan je ons vertellen hoe je ooit bij deze thema’s betrokken raakte?
Kaatje Popelier: Ik heb voeding- en dieetkunde gestudeerd, en daarna heb ik dat aangevuld met de master of science in de gezondheidsbevordering. Dat was sowieso heel breed, dat gaat niet alleen over voeding. Omdat het me wel interesseerde om te werken rond alcohol en drugs, ben ik na die studies als vrijwilliger begonnen bij De Druglijn .
Zo had ik al een voetje binnen bij VAD, en heb ik mezelf kandidaat kunnen stellen toen er nood was aan vervanging van een VAD-collega die op zwangerschapsverlof was. Door een gelukkig toeval heb ik drie zwangerschapsvervangingen op rij kunnen doen, tot er dan plots die vaste vacature was om het VAD-aanbod over medicatie uit te werken. En zo is het dan begonnen…
Een complex preventiethema
Toen je startte was medicatie een thema waar VAD nog geen uitgebreid aanbod voor had?
Kaatje: Er was al wel een team ‘psychoactieve medicatie’, maar het aanbod was nog relatief beperkt. Voor mij was het mijn enige thema, dus ik was de eerste die er me echt op kon smijten. Dat was in 2017 .

De eerste uitdaging was om helder te krijgen ‘over welke medicatie gaat het nu, wat is de boodschap die we erover willen meegeven, en wat is de rol van VAD?’ Dat zijn geen eenvoudige vragen, met al die types van medicatie, met allemaal andere bijwerkingen.
Het is ook een heel ander thema in preventie, je had niet dezelfde richtlijnen, ook niet in de buurlanden, die wel bestaan voor bijvoorbeeld alcohol of cannabis. En nog een verschil: het is voorgeschreven medicatie, hoe kan je daar dan ‘preventief’ rond gaan werken?
Dat is inderdaad anders dan bij alcohol of illegale drugs.
Kaatje: Klopt. Er zijn gelijkenissen, natuurlijk. Zo kunnen slaap- en kalmeringsmiddelen en opioïde pijnstillers erg verslavend zijn. En sommige medicatie wordt ook illegaal verhandeld, als zelfmedicatie of om als drug te gebruiken in bijvoorbeeld het uitgaansleven. Maar dat is voor ons niet de enige focus: ook medicatie die op voorschrift gebruikt wordt, houdt risico’s in voor gezondheid en welzijn. En die risico’s nemen toe naarmate het medicijn te veel, te lang of op een verkeerde manier gebruikt wordt.
Een nuanceverschil met de illegale middelen is ook dat veel mensen een vals gevoel van vertrouwen hebben, ‘want het is medicatie’. Men denkt dat het veilig is. Bovendien zijn de dozen die je krijgt bij de apotheek veel groter dan wat de meeste mensen nodig hebben, waardoor restjes in de kast blijven liggen. En door dat vals gevoel van veiligheid worden die restjes achteraf heel gemakkelijk opnieuw opgestart zonder het advies van een arts, of zelfs met andere mensen gedeeld.
Een heel nieuw onderwerp om te leren kennen dus, op het moment dat je ermee begon…
Kaatje: Ja, maar bij het herwerken van onze materialen het afgelopen jaar, merkte ik wel dat we geëvolueerd zijn. In het begin was wat we opleverden nog heel theoretisch. Nu kunnen we onze boodschappen concreter maken en gemakkelijker verwoorden, gewoon omdat we het onderwerp beter kennen en begrijpen.
“Er zit eindelijk beweging in het bewustzijn rond psychoactieve medicatie”
Er is zowel bij de bredere bevolking als in de gezondheidszorg en de politiek ook al meer bewustzijn over psychofarmaca dan pakweg vijf jaar geleden. Meer inzicht dat het geen onschuldige medicatie is, en dat er voorzichtig mee omgesprongen moet worden. We zijn er nog lang niet, want er is nog steeds veel overconsumptie. Maar ik voel dat er beweging in zit.
Deskundigheidsbevordering, sensibilisering en werken aan mentaal welzijn
Je benoemde het daarnet heel mooi als een uitdaging: ‘hoe doe je aan preventie voor een middel dat door een arts werd voorgeschreven?’ Heb je daar ondertussen een antwoord op?
Kaatje: Dat blijft heel moeilijk. We leven in een heel gemedicaliseerde maatschappij. Zodra we ons fysiek of mentaal niet goed voelen, denken we spontaan: medicatie zal het wel oplossen, wat kan de dokter mij voorschrijven?
Dat betekent dat de preventie tweeledig is. Enerzijds moet je werken aan deskundigheidsbevordering bij de voorschrijver. En anderzijds moet je de algemene bevolking en specifieke doelgroepen sensibiliseren rond de boodschap: deze medicatie is niet onschuldig, en voor heel wat problemen niet de eerste-keus-oplossing. Ze kan verlichten en ondersteunen, maar ze zal meestal de problemen niet oplossen.
Wat het sensibiliseren van artsen betreft: daar is de rol van VAD eerder beperkt, omdat andere partners daar meer op kunnen wegen. En dat gebeurt gelukkig ook. In de huisartsenopleiding wordt hier ondertussen grondig op ingezet, nieuwe artsen krijgen hier zeker het juiste kader mee. Het luik waar wij, VAD, de grootste rol kunnen spelen is dus bij het informeren en sensibiliseren van de burger en andere zorgverleners.
“Soms nemen mensen al jaren hetzelfde slaappilletje. Dat is niet meer helpend. Al van bij de opstart moet er gesproken worden over stoppen. “
Door de algemene bevolking te sensibiliseren, kunnen we trouwens ook een impact hebben op de interactie tussen patiënt en arts. Eerst en vooral zodat mensen zo min mogelijk zelf om deze medicatie gaan vragen. Maar ook zodat ze vragen durven stellen aan hun arts, op het moment dat het toch wordt voorgeschreven. Er moet dan goed doorgesproken worden wat de bedoeling is, wat de bijwerkingen zijn, en ook meteen: wanneer is het de bedoeling ermee te stoppen.
Het is belangrijk dat we met z’n allen beseffen dat deze medicatie weliswaar waardevol kan zijn, maar dat het meestal maar een tijdelijke oplossing is. In woonzorgcentra merken we dat mensen soms al jaren hetzelfde slaappilletje nemen. Dat is niet helpend meer, integendeel, het gaat versuffen. En wie probeert te stoppen, krijgt last van ontwenningsverschijnselen en denkt dan ‘zie je wel, ik kan niet zonder’. Heel belangrijk dus om al van bij de opstart van deze medicatie meteen te praten over een stopdatum.
Er is nog een derde preventiepiste, en dat is werken aan mentale gezondheid. Als er wordt ingezet op mentaal welzijn, als mensen zich beter voelen, zullen er minder psychofarmaca genomen worden. Dat is uiteraard iets wat VAD niet alleen kan aanpakken, maar samen met onze partners denken we daar wel mee over na.

Hoe hebben jullie het dan door de jaren heen aangepakt om een VAD-aanbod voor het thema psychofarmaca te gaan uitbouwen?
Kaatje: We hebben eerst gezorgd dat er basisexpertise was om op terug te vallen, zowel voor onszelf als voor andere organisaties. Een dossier met de wetenschappelijke inzichten, folders met uitleg voor de mensen zelf, een online cursus voor intermediairs . De inhoud daarvan is uitgewerkt in samenwerking met de Belgische apothekers (BCFI, het vroegere Farmaka). Zij kennen die onderwerpen natuurlijk het best – onze expertise zit dan in het vertalen van die kennis naar preventie- en hulpnoden.
Nadat die basisdocumenten er waren, werd duidelijk dat we onze aandacht moesten focussen op specifieke doelgroepen. Eerst ouderen in het algemeen en mensen in woonzorgcentra specifiek, recenter ook studenten. En dat bleek de sleutel. Eenmaal we met die concrete doelgroepen bezig waren, werd veel duidelijker waar de opportuniteiten allemaal zitten.
Medicatie is geen oplossing voor examenstress
Waarom zijn de studenten een belangrijke doelgroep om naar te werken?
Kaatje: Tijdens de examenperiodes zie je een piek in het gebruik van stimulerende medicatie, zoals rilatine, in de hoop van dan beter te presteren. Maar ook slaap- en kalmeringsmiddelen komen vaak voor, omwille van stress, slecht slapen, …Studenten denken vaak dat ze beter gaan studeren met deze medicatie, of beter om gaan kunnen met de blok en de examens. Terwijl we uit onderzoek weten dat dat niet zo is: hun punten zijn niet beter, ze ervaren vooral de nadelen. De bijwerkingen van deze medicatie zijn net een obstakel om je te kunnen concentreren.
Sensibiliseren begint dan al bij de ouders, hoe zij omgaan met medicatie, en dat ze niet zomaar restjes doorgeven wanneer ze hun kind in stress zien. Maar ook de studenten zelf duidelijk maken dat er andere, betere methoden zijn om met blok en examens om te gaan.
We hebben die boodschappen de afgelopen jaren op allerlei manieren beschikbaar gemaakt voor de studenten – op de Druglijn-website, maar ook rechtstreekser via het SIHO (Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs). Met hen hebben we een zelfhulpmodule en een podcast over stimulerende medicatie, slaap- en kalmeringsmiddelen en studeren uitgewerkt voor Moodspace, hun platform voor mentale gezondheid bij de studenten. En dat wordt dan over de hogescholen en universiteiten heen bekend gemaakt bij de studenten.
Gezond en actief ouder worden? Dan zijn slaap- en kalmeermiddelen net te vermijden
Wat maakt ‘ouderen’ een belangrijke doelgroep om naar te werken?
Kaatje: Bij het ouder worden heb je meer lichamelijke klachten, en neem je daardoor sowieso meer medicatie. Voor de cholesterol, bloedverdunners… Tegelijkertijd kom je in een andere levensfase: meer vrije tijd, maar ook al eens vaker een verlies. Al die zaken spelen mee. Daardoor melden zij zich vaak bij de dokter met klachten die in aanmerking komen voor psychofarmaca. Ze vragen er soms ook zelf om. Het is dus een fase waarin er vaak met deze types medicatie gestart wordt.
Ze blijven die dan ook vaak doornemen. Bij mensen die binnenkomen in een woonzorgcentrum, blijkt dat soms al jaren zo te zijn. Terwijl de ongewenste, negatieve impact net op deze groep veel zwaarder weegt. De bijwerkingen laten zich harder voelen, de interactie met andere medicatie speelt op, net als de interactie met alcohol. Dat verhoogt valrisico en geheugenproblemen. Deze medicatie is echt een drempel als we langer actief en gezond willen zijn.
Vandaar dat er dus een project is opgestart voor psychofarmaca in de woonzorgcentra?

Kaatje: Dat is eigenlijk gestart vanuit de sector zelf! Nadat uit onderzoek naar voor kwam dat 8 op 10 woonzorgcentrumbewoners psychofarmaca neemt, startte WZC Leiehome een project op. Met succes: het gebruik daalde met 30%, met merkbaar positieve effecten voor de bewoners.
Toen de Vlaamse overheid in 2017 besliste in te zetten op een project naar woonzorgcentra rond de thema’s psychofarmaca, val- en fractuurpreventie, preventieve mondgezondheid en ondervoeding, is dit project uitgerold naar heel Vlaanderen. Wij hebben de ervaringen van Leiehome vertaald naar een aanpak en een draaiboek dat alle woonzorgcentra kunnen gebruiken om een psychofarmacabeleid uit te werken. Sindsdien geven we preventiewerkers ook opleiding om woonzorgcentra hierin te kunnen begeleiden, en we organiseren ook overleg en intervisie in die groep coaches. Geïnteresseerde woonzorgcentra kunnen zich gratis inschrijven voor het project en voor die coaching. 123 van hen deden dat al, en een 25-tal hebben het volledige traject volledig doorlopen.
Het is dan ook een heel dankbaar project. Eerst is er veel weerstand, zowel van bewoners en hun familie, als van huisartsen en personeel. Want ja, het vraagt wel een aanpassing, een andere manier van werken. Maar als het lukt, dan merk je echt de verbetering bij de mensen. Dat zijn mooie verhalen. Een man die dankzij het project jarenlang nog met de fiets zijn zoon kon gaan bezoeken, bewoners die meer plezier en verbondenheid beleven door kleinere verjaardagsfeestjes, … maar ook gewoon bewoners die zich sneller thuisvoelen en de weg vinden door kleine ingrepen, zodat de medicatie nooit nodig is. We hebben veel dergelijke voorbeelden gehoord in het project. Daarom hebben we, van vijf woonzorgcentra die het hele traject doorlopen hebben, de ervaringen en conclusies dit jaar gebundeld in een inspiratiegids. Het project loopt nog tot eind 2028, inschrijven kan nog steeds .
De Druglijn helpt veelgestelde vragen over psychofarmaca beantwoorden

Zijn er nog andere zorg- of welzijnssettings, naast de woonzorgcentra, waar er meer kan ingezet worden op preventie rond psychofarmaca?
Kaatje: Ja, bijvoorbeeld de thuiszorg, thuisverpleging. Die merken veel op tijdens hun bezoeken. Soms moeten ze zelf de medicatie geven, of ze zien de lege verpakkingen… Dus zij kunnen een rol spelen, door op een laagdrempelige manier het gesprek aan te gaan, of door aan een andere zorgverlener te signaleren dat ze denken dat het niet zo goed gaat met een persoon. We hebben dat ook uitgewerkt als aandachtspunt in ons draaiboek voor de thuiszorg.
Ook de zorg voor personen met een handicap is een setting waar er over medicatie nagedacht kan worden. Daar wordt deze medicatie ook vaak ingezet, onder andere voor moeilijk hanteerbaar gedrag. Terwijl dat niet de beste manier is om daarmee om te gaan. Daar zijn we nu aan het onderzoeken wat mogelijke volgende stappen zijn.
Maar eigenlijk kan je heel breed gaan sensibiliseren bij mensen die werken in de gezondheidszorg – we doen dat ook door onze online cursus heel breed bekend te maken. Denk aan apothekers, psychologen, verpleegkundigen, wijkgezondheidscentra, ziekenhuizen, … Zij schrijven weliswaar geen medicatie voor, maar kunnen wel een rol spelen. Advies geven, vragen stellen, stopdatum bespreken, vragen naar bijwerkingen, informatie geven, … Dat is allemaal waardevol. Dus in heel de sector sensibiliseren en informeren is de boodschap.
De nieuwe brochures, flyers en websitepagina’s zijn daarbij handige tools voor iedereen die professioneel met deze thema’s in aanraking komt. Er is over gewaakt om de informatie zo eenvoudig en laagdrempelig mogelijk te brengen. Dus die materialen geven een houvast aan iedereen die wel eens vragen of bezorgdheden van een patiënt of cliënt hierover moet beantwoorden.
Ontdek dit alles bij de ‘Gerelateerde materialen’ hieronder.