“Tien jaar Tournée Minérale: De keuze voor alcoholvrij is mainstream geworden”
Een interview met psychiater en alcoholexpert dr. Hendrik Peuskens
Tournée Minérale is toe aan haar tiende editie! In het eerste jaar verbaasde de alcoholcampagne door plots viraal te gaan: de maand zonder alcohol was alomtegenwoordig. Anno 2026 is de campagne een vaste waarde geworden. Elk jaar opnieuw zegt één op vijf volwassen Vlamingen dat ze meedoen, en in de maand februari is alcohol steevast een gespreksonderwerp. Maar heeft dat ook echt impact gehad op onze attitudes over en gebruik van alcohol? We gingen daarover in gesprek met dr. Hendrik Peuskens. Hij is psychiater en diensthoofd van het team Verslavingszorg in de Psychiatrische Kliniek Alexianen Tienen. Daarnaast is hij actief in het zorgprogramma verslaving van UPC KU Leuven en het zorgprogramma levertransplantatie in UZ Leuven. Hij is ook al een aantal jaar voorzitter van de raad van bestuur bij VAD.
Hartelijk bedankt om het met ons over Tournée Minérale te willen hebben! Je hebt 20 jaar ervaring in het begeleiden van mensen die botsen op de negatieve gevolgen van alcoholgebruik – psychisch, sociaal, lichamelijk. Dat is een heel andere insteek dan onze campagne natuurlijk, maar het geeft je wel een unieke kijk. Hoe heb jij van daaruit de eerste editie van Tournée Minérale beleefd?
Hendrik Peuskens: Ik deed zelf al meteen mee met de maand zonder alcohol. En ook al was er van bij het begin veel interesse voor de campagne, toch voelde het bijzonder om mee te doen. Vooral wanneer je in sociale gelegenheden kwam: met collega’s na een vergadering iets gaan drinken bijvoorbeeld, of ergens uit gaan eten. Als je dan zei dat je meedeed aan Tournée Minérale, dan werd er wat geamuseerd naar je gekeken. De ene was geïntrigeerd, de andere zei ‘da’s niks voor mij’, of ‘ik heb dat niet nodig’. Maar zelfs bij de mensen die niet meededen, merkte je wel dat er plots nagedacht werd over hoe vanzelfsprekend we alcohol vinden.
“Plots werd er nagedacht over hoe vanzelfsprekend we alcohol vinden.”
En ik moet bekennen, ik kwam dat die eerste keer ook zelf tegen. Toen ik uit ging eten in een wat fijner restaurant, bijvoorbeeld, en dan denk je toch spontaan: daar hoort een glas wijn bij. Ik was zelf verbaasd over wat er door mijn hoofd ging: ‘Is dat nu spijtig? Ik mag dat toch niet spijtig vinden!’ Ook voor mij was dat een confrontatie met die gewoontes en dat cultureel ingebed zijn van alcohol in je leefwereld.
14 februari was nog zo’n moment. Ook al is dat wat kunstmatig en commercieel, toch voel je die alcohol trekken. Dat je dan tegen jezelf zegt: ‘dan maar niet hé’. Heel interessant ook om te zien hoe sommige mensen dan voor zichzelf jokers gaan inzetten. ‘Deze ene dag ga ik toch iets drinken, maar ik doe er dan wel een dag bij in maart.’
Dat bepaalde momenten of plaatsen triggers zijn voor de goesting in alcohol, dat is iets dat we heel goed kennen uit de verslavingszorg. En dan zie je dat tijdens Tournée Minérale plots bij heel veel mensen terugkomen – ook bij mensen die geen grote problemen ervaren met alcohol. En dat maakt het net interessant, dat we daar met z’n allen op kunnen reflecteren.

Bij die eerste editie hadden we gehoopt op 10.000 inschrijvingen op de Tournée Minérale-website. Het werden er 120.000. We konden spreken van een echte hype. Heb je daar een verklaring voor?
Hendrik: Het inzetten op gezondheid was een slimme zet. Het besef dat alcohol geen gezond product is, was toen al aan het kiemen. We werden ons bewuster van het feit dat alcohol ook in lage dosissen gezondheidsnadelen heeft, en de campagne biedt daar een antwoord op.
Ook het ‘samen doen’, het groepsgevoel zal een succesfactor geweest zijn. Dat werkt enthousiasmerend, je doet het niet alleen. Maar dat sociale aspect maakt het ook minder vrijblijvend. Door uit te spreken dat je meedoet, wordt dat een engagement dat je niet snel opgeeft. Je doet het ook niet meer alleen voor jezelf – door mee te doen en vol te houden steun je ook de anderen. Er speelde zelfs wat competitie: sommige mensen verzamelden zo groot mogelijke teams van deelnemers, en spraken collega’s of vrienden aan om ook mee te doen.
De alcoholnorm is in beweging
We blijven elk jaar veel reactie krijgen op de campagne, in de pers, op sociale media. Enquêtes blijven ook elk jaar hetzelfde deelnamecijfer opleveren: één op vijf volwassen Vlamingen doen mee. Maar mogen we daar volgens jou grotere conclusies uit trekken: verschuift de norm in Vlaanderen wat alcohol betreft?
Hendrik: Ik denk het wel. Ik denk dat de Vlaming in het algemeen meer gehoord en begrepen heeft dat er iets aan de hand is met alcohol. Dat je het beter niet zomaar vanzelfsprekend consumeert, en dat het een impact heeft op allerlei zaken: gezondheid, conditie, slaapkwaliteit. Ook alcohol in het verkeer wordt minder getolereerd.
De alcoholrichtlijn – voor je gezondheid drink je best geen alcohol, drink je toch blijf dan onder de 10 glazen per week – heeft met de jaren ook meer ingang gevonden. Dat voel je. In veel omgevingen merk je dat er minder gedronken wordt, of dat mensen zich meer rekenschap geven van de situatie waarin ze gebruiken.

Zelfs de alcoholindustrie is mee opgeschoven. Het aanbod alcoholvrije alternatieven groeit, en bij jonge mensen hoor je ook dat die alternatieven aan populariteit winnen. De studenten die ik ken via mijn zonen, als die uitgaan of een feestje organiseren, dan zie ik hen ook altijd alcoholvrije producten meenemen. Dat is mainstream geworden. Ook economisch hoor ik over de alcoholbranche vertellen dat daar vanalles verschuift, dat de verkoop van alcoholvrije alternatieven blijft stijgen. Zelfs enthousiaste bierdrinkers zeggen: ‘ik drink nu even vaak een alcoholvrij bier, dat smaakt beter dan een frisdrank en dan kan ik nog sporten, dan heb ik nog iets aan mijn avond, …’. De keuze voor alcoholvrij wordt op zo’n moment heel bewust gemaakt.
Ik merk die verschuivende norm zelfs in mijn praktijk, bij mijn patiënten. Nog niet zo lang geleden benoemden zij dat vaak als een drempel: ‘Het is verschrikkelijk – ik weet dat ik moet stoppen. Maar ik moet terug naar die wereld waar alcohol normaal is. Ik ga dat overal moeten uitleggen, mij excuseren. Ik zal niet meer welkom zijn in mijn vriendengroep…’ Ik heb patiënten uit alle lagen van de bevolking, en ik hoor dat niemand meer zeggen. Integendeel, ik hoor vandaag vaker: ‘Het wordt gerespecteerd dat ik geen alcohol wil drinken. Ik moet dat niet uitleggen.’ Waar we vroeger in therapie enorm moesten inzetten op skills om nee te zeggen, krijgen we nu het signaal: dat lukt wel, dat wordt aanvaard, er wordt niet aangedrongen.
Dus ik denk wel dat we mogen zeggen dat de sociale norm rond alcohol verschuift. En dat zal heel veel oorzaken hebben, maar preventie en acties zoals Tournée Minérale zullen daar zeker niet vreemd aan zijn.
Wat de cijfers wel en niet vertellen over ons drinkgedrag
Je zou dan verwachten dat ook het gebruik van alcohol effectief daalt. Maar als we de gebruikscijfers van de Gezondheidsenquête 2023-’24 van Sciensano vergelijken met de cijfers uit 2013-‘14, dan tonen die geen eenzijdig positief beeld. Het goede nieuws eerst: het aantal volwassen Vlamingen dat dagelijks alcohol drinkt, is van 14% naar 7% gedaald – een halvering dus. Maar de andere cijfers volgen niet. Het aantal mensen dat alcohol drinkt blijft stabiel, net als het gemiddeld aantal glazen alcohol per week: dat was 10 en dat is nog steeds 10. Het percentage volwassen Vlamingen dat wekelijks alcohol drinkt, is zelfs gestegen van 39% naar 46%. Hoe valt dat te rijmen met een verschuiving van de norm?
Hendrik: De cijfers die je opsomt zijn inderdaad een beetje dubbel. Het doet je afvragen: beweegt er dan wel iets? Maar we waren lang erg blind voor de gevolgen van alcohol. Het is de meest giftige drug in onze maatschappij als je schade aan de gebruiker en schade aan de omgeving bij elkaar optelt. Nu dat bewustzijn opschuift, kan het zijn dat de manier waarop mensen enquêtes invullen mee verandert.
“Het zou kunnen dat de drempel voor wat mensen ‘problematisch’ noemen veranderd is.”
De Gezondheidsenquête bevat ook de CAGE-vragenlijst, die screent op problematisch alcoholgebruik. Ook die cijfers lijken geen positief beeld te schetsen. Volgens de CAGE-scores was het alcoholgebruik van 9% van de Vlamingen het afgelopen jaar problematisch. Vijf jaar geleden was dat maar 6%, dus we zouden ook daar stevig gestegen zijn. Belangrijk is te bedenken dat het hier gaat over ‘zelfrapportage’. “Heb je last gehad door je alcoholgebruik? Heb je je er schuldig over gevoeld?” Het zou kunnen dat de drempel voor wat mensen ‘problematisch’ noemen veranderd is. En dat ze dus sneller bevestigend antwoorden wanneer er gevraagd wordt naar een schuldgevoel. ‘Tgohja, die keer, dat was toch wel veel, en met de kinderen thuis…’ of ‘…en dan toch nog in de wagen gestapt’. We zullen elkaar ook sneller op ons gebruik aanspreken – ook iets waar de CAGE naar vraagt. Wie zich meer bewust is dat alcohol in heel wat situaties niet goed past, zal dus ook sneller positief scoren op de CAGE.
En om dan terug te komen op het gemiddeld aantal glazen per week, of het aantal dagen dat we gedronken hebben: ook daar zou dat effect kunnen spelen. Hoe accuraat zijn we in het rapporteren van ons eigen alcoholgebruik? Hoe spreken we daarover, wat vinden we sociaal wenselijk? Zelfs gewoon de notie van ‘glazen tellen’, we zijn er meer mee bezig, dus het zou kunnen dat we tijdens het beantwoorden van zo’n vragenlijst minder glazen over het hoofd zien. Of dat er wat meer mensen weten dat een zwaar bier voor meer telt dan één standaardglas. Dus wat we zien in de Gezondheidsenquête kan zoveel betekenen als: we rapporteren iets preciezer ons alcoholgebruik dan tien jaar geleden.
Dit zou natuurlijk wishful thinking kunnen zijn – de cijfers zijn de cijfers, al de rest is interpretatie en zou eigenlijk onderzocht moeten worden. Die gegevens zouden kunnen gelinkt worden aan economische cijfers over produktie en verkoop in België, en als ik dergelijke berichten erbij neem, dan lijkt mij dit toch een aannemelijke verklaring.
Mogen we dan hopen dat we op populatieniveau ook minder lichamelijke alcoholschade gaan zien? Minder hart- en leverproblemen, bijvoorbeeld?
Hendrik: We mogen daarop hopen, ja, al is dat altijd een complex verhaal waar meer speelt dan enkel alcohol. Als ik leverspecialisten hoor, bijvoorbeeld over het ontstaan van levercirose, dan was dat bij ons hier in Vlaanderen vroeger 75% alcoholgerelateerd. Maar nu zien ze een forse toename in overgewicht en is dat een grotere oorzaak van leverklachten. Dus het ene fenomeen haalt het andere in, maar de rol van alcohol wordt kleiner.
Wat betreft alcoholgerelateerde incidenten en ongevallen, dat zou je kunnen gaan meten. In studentenstad Leuven blijft dat een belangrijk percentage, maar het zou interessant zijn dat te onderzoeken.
Ik zie onder de hulpvragers bij ons in de psychiatrische kliniek in elk geval de verhalen van zuiver en alleen alcoholmisbruik in aantal afnemen. We zien steeds zeldzamer mensen voor wie alcohol de enige drug is, dat percentage daalt stelselmatig. Maar over alle middelen heen neemt het aantal patiënten niet af.
Tournée Minérale is een eye-opener: je ervaart hoe hard alcohol aan je trekt
Hoe benaderen wij, als organisatoren, Tournée Minérale best? Is het een individuele interventie waarmee iemand aan het eigen alcoholgebruik kan werken? Of is het een sensibiliseringscampagne waarmee we timmeren aan de alcoholnorm in de maatschappij?

Hendrik: Tournée Minérale is sowieso iets maatschappelijks. Het gaat over de tongen, het krijgt media-aandacht. Dat de campagne daar een rol te spelen heeft staat buiten twijfel.
Of het geschikt is als een individuele interventie is een ingewikkeldere vraag. Natuurlijk komen de deelnemers zichzelf tijdens de maand zonder alcohol een beetje tegen. Maar je krijgt niet echt individuele opvolging. Dus sommige mensen zetten alles op alles om die maand vol te houden, maar hernemen nadien hun vroegere gebruikspatroon. Anderen, zelfs met een beperkt gebruikspatroon, voelen de voordelen van een aantal weken niet drinken of ervaren toch hoe de alcohol aan hen trekt – de onvrijheid daarvan, en gaan daardoor hun alcoholgewoontes bijstellen.
Maar voor mensen die problemen met alcohol ondervinden is er toch meer nodig dan die ene maand per jaar. Wat individuele coaching, duiding, bijstand. Hoe je bij de les kan blijven en jezelf monitoren. Het is heel terecht dat de campagne regelmatig van zichzelf zegt: daar dient Tournée Minérale niet voor.
Maar als we enkel kijken naar de groep mensen die voor zichzelf geen problemen met alcohol ervaart, dan kan je de campagne nog op verschillende manieren profileren. We kunnen ons richten op iedereen die wel eens alcohol drinkt, of we kunnen ons richten op de iets zwaardere drinker – mensen die dagelijks alcohol consumeren, of die meer drinken dan 10 glazen per week?
Hendrik: De kracht van Tournée Minérale zit in het universele, zodat iedereen zich aangesproken voelt. Zo wordt iedereen even bewust gemaakt dat alcohol een niet-alledaags, potentieel verslavend middel is. Het geeft de kans om even na te denken: hoe ver ben ik al op dat pad meegetrokken? Meegetrokken in de betekenis van ‘er zin in hebben’, ‘dagdagelijkse gewoontes opgebouwd hebben’, ‘wat heb ik klaarstaan in huis’. Al die vanzelfsprekendheden dragen bij aan het gebruik.
“Mensen zeggen vaak tegen zichzelf ‘ik kan zeker nog zonder’, tot ze in zo’n maand die zin in alcohol ervaren.”
Met die universele boodschappen trek je ook mensen aan boord die wel hulp nodig hebben, maar zich daar nog niet bewust van zijn of nog geen hulp zoeken. Dat is een groot issue, dat mensen lang de kwalijke kant van hun gebruik ontkennen of minimaliseren. Echt al gehoord: ‘Ik drink mijn flesje wijn per dag en ik heb daar verder geen problemen mee.’ Door Tournée Minérale universeel te houden, wordt het makkelijker voor mensen in die situatie om te beslissen: ok, ik zal eens meedoen. In het voorbeeld van de fles wijn per dag: daar kan je van voorspellen dat dat lichamelijk en geestelijk heel wat impact zal hebben. Maar mensen zijn zich daar soms niet bewust van. Tot ze het verschil voelen, de voordelen en ongemakken van het achterwege te laten. Mensen zeggen vaak tegen zichzelf ‘ik kan zeker nog zonder’, tot ze in zo’n maand die zin in alcohol ervaren. Dus ja, Tournée Minérale kan in zo’n situaties een eye opener zijn, maar ook daar zal die het best werken door de campagne universeel te houden.
Blijven inzetten op wat je ermee wint
Als we die doelgroepen willen meekrijgen met Tournée Minérale, zijn er dan boodschappen waar we extra op moeten inzetten?
Hendrik: Het meest uitnodigende is ‘winst’. Je hoort mensen die beter slapen, fitter opstaan, meer gedaan krijgen overdag, meer energie voelen: dat is winst.
Je zou ook naar lichamelijke dingen kunnen kijken. Mensen van middelbare leeftijd, die vaak toch nog anders naar alcohol kijken, daar speelt bijvoorbeeld hoge bloeddruk. Iets waar we van weten dat alcohol er ook een invloed op heeft. Of nog andere zaken waarvoor mensen naar de dokter gaan of pillen nemen, vertellen hoe een maand zonder alcohol daar een invloed op heeft, dat is zeker overtuigend.
Als afsluiter: heb je nog advies voor de toekomst van Tournée Minérale?
Hendrik: Het enthousiasme over de jaren heen vasthouden, dat is de uitdaging hé. Ook al doen we ons best ervan weg te blijven, er is altijd het risico dat mensen de campagne betuttelend gaan vinden. Zeker nu het nieuwe eraf is. De boodschap is dus: nieuwe manieren vinden om de winst te beklemtonen. Op frisse manieren blijven vertellen dat je er fysiek, mentaal, financieel op vooruit gaat door minder alcohol te drinken.
En misschien moeten we ook eens inzetten op onze nationale trots. De rest van de wereld doet Dry January, maar wij, hier in België, wij doen Tournée Minérale!