Studenten drinken en blowen minder, maar risicovolle drinkpatronen en problemen nemen toe
‘In hogere sferen?’ – Volume 6: Een onderzoek naar middelengebruik bij Vlaamse studenten
De student die bij het vele feesten liters bier verzet, om vlak voor het examen een pilletje te nemen om een nacht door te blokken – het is een gekend cliché. Maar klopt het ook? VAD, het Vlaams Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, brengt met de studentenbevraging ‘In Hogere Sferen’ in kaart hoe Vlaamse studenten in 2025 écht omgaan met alcohol, tabak, vapes, cannabis, andere illegale drugs en medicatie. Het alcohol- en cannabisgebruik blijft dalen, maar risicovolle drinkpatronen zoals bingedrinken en indrinken nemen opnieuw toe na een daling tussen 2017 en 2021. Ook het aantal studenten dat problemen ervaart met cannabisgebruik stijgt voor de tweede keer op rij. De resultaten tonen verder duidelijk aan dat tabak en e-sigaretten nog steeds een prominente plaats innemen in het dagelijkse leven van studenten in het hoger onderwijs.
De studentenbevraging is een initiatief van VAD, de partnerorganisatie van de Vlaamse overheid in het kader van het preventiebeleid van alcohol- en andere drugproblemen. De Druglijn is de publieksservice van VAD. Voor de studentenbevraging werkt VAD samen met Gezond Leven voor de thema’s tabak en vapen.
Meer dan 20.000 studenten uit alle hogeronderwijsinstellingen
De vierjaarlijkse bevraging werd opnieuw georganiseerd in alle Nederlandstalige hogeronderwijsinstellingen in Vlaanderen en Brussel en liep van 1 februari 2025 tot 30 april 2025.
20.104 studenten vulden de vragenlijst in, waarvan 1.282 internationale studenten. De resultaten in dit persbericht slaan echter uitsluitend op de Vlaamse studenten. Met 7,8% van de totale studentenpopulatie ligt de deelname lager dan bij eerdere edities, maar het blijft een grote en goed gespreide steekproef over de verschillende onderwijsinstellingen.
Minder alcoholgebruik: mannen en kotstudenten drinken het meest risicovol
Tussen 2017 en 2021 daalde het aantal studenten dat alcohol drinkt. Ook het aandeel studenten dat risicovol drinkt nam af. Die daling viel samen met de derde coronalockdown, en is dus mogelijk een pandemiegerelateerde trendbreuk.
Vandaag daalt het aantal studenten dat alcohol drinkt verder, maar risicovolle drinkpatronen nemen juist weer toe. Van de studenten die alcohol drinken doet 30% minstens een keer per maand aan bingedrinken en 37% aan indrinken. 44% voelt zich minstens maandelijks dronken. Ook het aandeel studenten dat riskeert in de problemen te komen door alcoholgebruik stijgt opnieuw naar 43%, al blijven de cijfers onder het niveau van 2017.
Tijdens de lesperiodes drinkt 78% van de studenten minder dan de richtlijn van 10 standaardglazen per week, met een gemiddelde van 2 glazen per week. De overige studenten drinken gemiddeld 28 glazen per week en meer dan een derde van hen vindt dat “niet te veel”.
Bij de studenten die het afgelopen jaar alcohol dronken, zijn er grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo drinken mannen met een gemiddelde van 16 glazen per week tijdens de lesperiode bijna drie keer zoveel als vrouwen, die gemiddeld 6 glazen drinken. Ze drinken ook vaker meer dan 10 glazen per week, 43% versus 8% van de vrouwen. Ook de woonsituatie speelt een rol: kotstudenten drinken in de lesperiodes vaker en meer dan studenten die bij hun ouders of zelfstandig wonen. In de blok- en examenperiodes blijft vooral de groep die zelfstandig woont wekelijks alcohol drinken.
Risicogedrag zoals bingedrinken en indrinken komt het meest voor bij mannen en kotstudenten, zij voelen zich ook het vaakst dronken. Tegelijk passen studenten ook strategieën toe om problemen met alcohol te beperken. Denk bijvoorbeeld aan zebradrinken, een alcoholisch drankje afwisselen met een alcoholvrij drankje. Momenteel doet 39% van de studenten ‘af en toe’ tot ‘altijd’ aan zebradrinken.
Tabak en vapen
Ongeveer een op de vier studenten gebruikte in het voorbije jaar zowel tabak als een e-sigaret. Daarnaast rookte 11% uitsluitend tabak en gebruikte 9% enkel een e-sigaret. In totaal gebruikte dus bijna de helft van de studenten (44%) het afgelopen jaar nicotine.

Kijken we naar het gebruik op het moment dat studenten de bevraging invulden, dan ligt dat aandeel lager. Drie op de tien studenten gebruiken momenteel minstens een nicotineproduct: 13% combineert roken en vapen, terwijl 12% uitsluitend rookt en 6% enkel een e-sigaret gebruikt.
Uit de resultaten blijkt dus dat een flink aantal studenten zowel rookt als vapet. Dat roept vragen op: Is dit een bewuste keuze, of stappen ze geleidelijk over van het ene naar het andere product? Het feit dat de meeste studenten minstens één van beide producten slechts af en toe gebruiken, kan wijzen op een overgangsfase. Tegelijk is het zorgwekkend dat een op de drie studenten die zowel roken als vapen, beide producten wekelijks gebruikt.
Bovendien blijken de meeste studenten slecht geïnformeerd over de relatieve risico’s. De meerderheid – ook bij wie zelf rookt of vapet – denkt ten onrechte dat e-sigaretten even schadelijk of zelfs schadelijker zijn dan tabak. Dat maakt het minder aannemelijk dat ze de e-sigaret gebruiken om te stoppen met roken.
Tegelijk blijkt dat bijna zeven op de tien studenten die recent rookten of vapeten wel willen stoppen. Velen probeerden dat ook het afgelopen jaar. Toch slaagt slechts een minderheid erin effectief te stoppen, zeker bij roken. Studenten die vapen proberen iets vaker te stoppen en hebben daarbij iets meer succes, maar ook hier blijft herval de norm.
Minder cannabisgebruik, meer problemen

Het cannabisgebruik daalt in 2025 opnieuw tot het niveau van 2017. Tegelijk ervaren meer studenten problemen met cannabis: ruim een kwart van de studenten die in het laatste jaar cannabis gebruikten rapporteren twee of meer problemen, de hoogste waarde tot nu toe. Het gaat daarbij vooral om studenten die meer of langer cannabis gebruiken dan de bedoeling was, die willen minderen of stoppen, maar daar niet in slagen, of die door hun gebruik sociale activiteiten, hobby’s of werk verwaarlozen of stopzetten.
Het aandeel studenten dat het afgelopen jaar andere illegale drugs dan cannabis gebruikte, blijft stabiel op 11%. Wel zijn er vergeleken met 2021 verschuivingen in welke drugs er precies gebruikt worden. Zo is het gebruik van xtc, ketamine en vooral nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) – in de volksmond beter bekend als designer drugs – toegenomen. Het gebruik van lachgas en GHB is dan weer gedaald, terwijl het gebruik van cocaïne en amfetamines gelijk bleef.
“Cannabis heeft nog te vaak het imago onschuldig en niet-verslavend te zijn. Ten onrechte.”
Kleine minderheid gebruikt medicatie om beter te presteren
Na een stijging in 2021 blijft het gebruik van slaap- en kalmeermedicatie stabiel: in 2025 nam 9% van de studenten deze medicatie het afgelopen jaar. Het gebruik van stimulerende medicatie neemt daarentegen toe: van 8% in 2021 naar 10% in 2025.
Hoewel stimulerende medicatie vaak wordt voorgeschreven voor AD(H)D, gebruikt een deel van de studenten deze medicatie om studieprestaties te bevorderen. Dit aandeel stijgt voor de tweede keer op rij, maar blijft wel beperkt tot 6%.
Blijvende nood aan preventie en ondersteuning
Het aandeel studenten dat riskant drinkt, tabak en e-sigaretten rookt en de stijging van problemen door cannabisgebruik, tonen dat een preventieve aanpak in het hoger onderwijs nodig blijft.
Hoewel het beeld van de student die wekelijks liters bier verzet, dus niet representatief is voor de gemiddelde student, is er wel een groep die aandacht verdient. “Stevig drinken maakt voor ongeveer 22% van de studenten deel uit van het studentenleven, met alle nadelen van dien. Op die groep blijven we onze preventie-inspanningen richten,” zegt VAD-directeur Katleen Peleman.
Verder zijn ook de toenemende problemen door cannabisgebruik zorgwekkend: “Cannabis heeft nog te vaak het imago onschuldig en niet-verslavend te zijn. Ten onrechte”, zegt Katleen Peleman.
Duidelijke informatie, heldere regels op school en een schoolomgeving die de gezondere keuze stimuleert, kunnen allemaal helpen om problemen te voorkomen of snel aan te pakken indien ze zich toch voordoen. Daarnaast is er voor een deel van de studenten hulp nodig om te voorkomen dat gebruik escaleert en toegankelijke ondersteuning om te stoppen met roken of vapen. Dit op een manier die aansluit bij de leefwereld van jongvolwassenen.
De cijfers in meer detail
Meer gedetailleerde resultaten kan je lezen in de infographic en het rapport ‘In Hogere Sferen? Volume 6’.