Skip to main content

Psychofarmaca: wat je als professional wil weten

Psychofarmaca zijn geneesmiddelen die een arts voorschrijft bij psychische klachten zoals slaapproblemen, angststoornissen of depressie. Ze werken in op de hersenen en verminderen zo klachten en symptomen. Maar: ze pakken niet de onderliggende oorzaak aan. Daarom schrijft een arts ze meestal pas voor als niet-farmacologische aanpakken (psycho-educatie, psychologische begeleiding, …) onvoldoende effect hebben of bij ernstige psychische klachten. Belangrijk: bij de opstart hoort altijd een startdatum, een stopdatum én een tussentijdse evaluatie.

Welke geneesmiddelen vallen onder psychofarmaca?

  • Slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines en z-drugs)
    Een arts schrijft deze voor bij slaapproblemen, angst of stress. Ze werken slaapverwekkend of kalmerend. Slaap- en kalmeringsmiddelen zijn bedoeld voor kortdurend gebruik vanwege de bijwerkingen en het risico op gewenning en afhankelijkheid.

    Bekende voorbeelden: Diazepam (Valium), Lorazepam (Temesta), alprazolam (Xanax) en Zolpidem (Stilnoct) 

  • Opioïde pijnstillers
    Opioïde pijnstillers schrijft een arts voor bij ernstige tot zeer ernstige pijn. Ze hebben een verdovende werking. Bij langdurig gebruik is er risico op gewenning en afhankelijkheid.

    Bekende voorbeelden: Tramadol, Morfine, Oxycodon, Buprenordine en Fentanyl
     
  • Psychostimulantia of stimulerende medicatie
    Stimulerende medicatie bevordert de concentratie en alertheid. Een arts schrijft ze voor na een AD(H)D-diagnose. Het gebruik zonder medische indicatie of anders dan voorgeschreven brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.

    Het bekendste middel is methylfenidaat, gekend onder de merknamen Rilatine, Medikinet en Concerta

  • Antidepressiva
    Antidepressiva beïnvloeden de stemming positief. Ze helpen vooral bij milde tot matig ernstige depressieve klachten (antidepressiva) en bij manieën (stemmingsstabilisatoren). Het effect treedt pas op na enkele weken.

    Bekende voorbeelden Sertraline (Serlain), Citalopram (Cipramil), Fluoxetine (Fluoxone), Trazodon (Trazodone)

  • Antipsychotica
    Antipsychotica worden voornamelijk gebruikt bij psychotische en bipolaire stoornissen.

    Bekende voorbeelden: Quetiapine (Seroquel), Risperidon (Risperdal), Haloperidol (Haldol)
  • Wat zijn de risico’s van psychofarmaca?

    Net als alle geneesmiddelen brengen psychofarmaca bijwerkingen met zich mee op korte én lange termijn. Bij langdurig gebruik ontstaat risico op:

    • gewenning of afhankelijkheid
    • cognitieve problemen (geheugen, concentratie)
    • seksuele problemen
    • gewichtsschommelingen

    Waarom werkt VAD rond psychofarmaca?

    Psychofarmaca zijn in eerste plaats geneesmiddelen die een arts voorschrijft om medische redenen. Toch worden ze soms niet-medisch gebruikt omwille van hun psychoactieve effecten zoals roes, euforie of ontspanning.

    Wat is niet-medisch gebruik van psychofarmaca?

    Niet-medisch gebruik betekent: psychofarmaca gebruiken zonder voorschrift, zonder medische diagnose, of anders dan het voorschrift aangeeft (grotere hoeveelheden, vaker of langer dan nodig). Mensen grijpen om verschillende redenen naar niet-medisch gebruik:

    • Zelfmedicatie: gebruik voor dezelfde klachten waarvoor een arts de medicatie voorschrijft (slaapproblemen, angst, pijn)
    • Prestatie bevorderen: doel om de prestatie te verbeteren (minder stress, meer focus)
    • Tolerantie en afhankelijkheid: bij langdurig gebruik raken de hersenen gewend aan de stof (gewenning). Steeds meer is nodig voor hetzelfde effect. Fysieke afhankelijkheid kan leiden tot ontwenningsverschijnselen bij het stoppen, wat de drang tot hergebruik vergroot
    • Roeseffect: gebruik omwille van het psychoactieve effect of soms in combinatie met andere middelen om een roes te ervaren

    Slaap- en kalmeringsmiddelen, opioïde pijnstillers en stimulerende medicatie worden het vaakst om niet-medische redenen gebruikt. Omwille van het overwegend verdovend of uitgesproken psychoactief effect.