Vroeg signaleren en bespreekbaar maken: nieuwe infofiches voor onderwijsprofessionals
Onderwijsprofessionals staan dagelijks in contact met leerlingen en studenten. Soms kunnen er zorgen de kop op steken over alcohol- of druggebruik, problematisch medicatiegebruik, gamen of gokken. Het is niet altijd eenvoudig om signalen die daarop kunnen wijzen te herkennen én bespreekbaar te maken. Veel medewerkers vragen zich af wat ze vanuit hun rol kunnen en mogen doen. De nieuwe infofiches voor het secundair en hoger onderwijs bieden concrete handvatten om signalen tijdig te herkennen en er op een zorgzame en professionele manier over in gesprek te gaan.
Signalen tijdig herkennen en bespreekbaar maken: het zijn terugkerende uitdagingen voor leerkrachten, docenten en ander personeel in het onderwijs. Hoewel zij dagelijks in contact staan met leerlingen of studenten, is het niet altijd evident om mogelijke problemen rond middelengebruik, gamen of gokken op te merken en er op een gepaste manier mee om te gaan. Het valt vaak buiten hun kerntaak en roept veel vragen op.
Toch hebben onderwijsprofessionals een cruciale signaalfunctie. Zij zijn vaak de eersten die veranderingen opmerken in gedrag, functioneren of welzijn van leerlingen of studenten. Denk aan het verwaarlozen van schooltaken, achteruitgaande resultaten, sociaal isolement, antisociaal gedrag of opvallende stemmingswisselingen. Maar zodra zulke signalen opduiken, rijst al snel de vraag: wat doe je dan? Spreek je de leerling of student aan? Deel je je bezorgdheid met collega’s? En hoe doe je dat, zonder te beschuldigen of te sanctioneren?
Intermediairs tussen bezorgdheid en actie
Signalen rond middelengebruik, gamen of gokken kunnen een duidelijke impact hebben op het leerproces en het welzijn van leerlingen of studenten. Leerkrachten, docenten, leerlingen- en studentenbegeleiders en ander onderwijspersoneel zijn geen hulpverleners, en dat hoeft ook niet. Vanuit hun rol kan het net zeer krachtig zijn om een signaal terug te koppelen aan een leerling of student: om bezorgdheid te delen, een eerste reflectie op gang te brengen of verdere stappen te overwegen.
Precies die vraag, ‘hoe kan een onderwijsprofessional zijn rol concreet invullen binnen die eerste stappen van een begeleidingsproces’, was het vertrekpunt van dit project.
Wat hebben onderwijsprofessionals nodig?
Resultaten van de nodenbevraging
Om goed aan te sluiten bij de praktijk, voerden we een nodenbevraging uit bij onderwijsprofessionals, via groepsgesprekken en een schriftelijke vragenlijst. De meeste deelnemers waren leerlingenbegeleiders (38,7%) en leerkrachten (25,8%), aangevuld met directieleden, graadcoördinatoren en andere ondersteunende functies.
Uit de bevraging kwamen duidelijke noden en drempels naar voren. Vooral vragen rond signaleren en het eerste gesprek leefden sterk:
- Hoe ga ik om met weerstand bij leerlingen?
- Wat doe ik als ik vermoed dat een leerling drugs gebruikt?
- Hoe ga ik in gesprek met ouders?
- Welke signalen zijn relevant, en wanneer moet ik actie ondernemen?
- Hoe start ik een verkennend gesprek zonder beroepsgeheim?
Daarnaast was er een duidelijke vraag naar concrete, laagdrempelige handvatten: geen uitgebreide theorie, maar een overzichtelijke leidraad die bruikbaar is in het dagelijkse contact met jongeren.
Opvallend: een parallelle nodenbevraging in het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) toonde dezelfde noden. Dat bevestigt dat deskundigheidsbevordering rond dit thema breed nodig is, over onderwijsvormen heen.
Van noden naar concrete ondersteuning: infofiches voor het onderwijs
De noden uit de bevraging werden afgestemd met de CGG-preventiewerkers TAD met jarenlange ervaring binnen onderwijs. Zo werd de input uit vormingen die zij geven aan schoolteams over het uitwerken van een begeleidingstraject, meegenomen.
Op basis van de noden en ervaringen, ontwikkelden we twee infofiches:
- één voor het secundair onderwijs: voor leerkrachten, leerlingenbegeleiders en andere schoolmedewerkers, ook binnen het buitengewoon onderwijs, vanuit hun rol binnen het beleid op leerlingenbegeleiding.
- één voor het hoger onderwijs: voor lesgevers, STUVO-medewerkers en ondersteunend personeel.
We kozen bewust voor twee aparte fiches, omdat de context, de ontwikkelingsfase van leerlingen en studenten en de rol van onderwijsprofessionals verschillen. Zo sluiten de voorbeelden, signalen en gesprekssuggesties beter aan bij de leefwereld van de doelgroep.
Wat bieden de infofiches?
De infofiches zijn bedoeld voor onderwijsprofessionals zonder beroepsgeheim die in contact staan met leerlingen of studenten. Ze helpen onderwijsprofessionals om signalen van middelengebruik, gamen en gokken tijdig te herkennen én er op een zorgzame manier over in gesprek te gaan. Ze vertrekken vanuit twee kernvragen: ‘wat zie ik veranderen?’ en ‘hoe maak ik mijn bezorgdheid bespreekbaar zonder te oordelen of te snel conclusies te trekken?’
Deel 1: signalen herkennen
De fiches bundelen signalen die kunnen wijzen op problematisch gebruik van alcohol, (illegale) drugs, psychofarmaca, risicovol gamen of gokken. In de fiche voor het leerplichtonderwijs, is er ook aandacht voor kwetsbaarheid bij leerlingen die opgroeien met een ouder met een afhankelijkheidsprobleem (KOAP). De signalen zijn opgedeeld in onder meer veranderingen in (leer)gedrag, sociaal functioneren en uiterlijke kenmerken. Met als belangrijk aandachtspunt dat één signaal op zich weinig zegt en dat steeds het bredere totaalbeeld centraal staat.
Deel 2: verkennend zorggesprek

Daarnaast reiken de infofiches een houvast aan voor een verkennend zorggesprek. Ze tonen hoe je vanuit oprechte bezorgdheid het gesprek aangaat, wat helpend is om te zeggen en hoe je omgaat met mogelijke wrijving of weerstand. Voor het hoger onderwijs gebeurt dat onder meer via de RADARS-gespreksleidraad. Deze letters helpen niet alleen om de belangrijkste aandachtspunten van een gesprek te onthouden, het woord RADARS draagt ook een dubbele betekenis. Enerzijds verwijst het naar het opmerken van signalen die op de radar verschijnen en anderzijds naar het activeren van een denkproces. De fiches kaderen dit gesprek steeds binnen duidelijke afspraken, overleg met collega’s en mogelijke doorverwijzing. Zo vormen ze geen checklist, maar een praktisch kompas voor kleine, betekenisvolle interventies die het welzijn van leerlingen en studenten ondersteunen.
En voor professionals mét beroepsgeheim?
Jeugdhulpverleners en andere professionals die wel gebonden zijn aan beroepsgeheim, kunnen vaak een stap verder gaan in het gesprek. Voor hen is er de online vorming ‘Middelengebruik in de jeugdhulp: signalen opmerken en bespreken’, die verdieping biedt in gespreksvoering en begeleiding en de Inspiratiebox voor jeugdhulpverleners: Praten over middelengebruik, gamen en gokken. In deze inspiratiebox worden de verschillende stappen in een begeleidingsproces rond middelengebruik, risicovol gamen of gokken beschreven en worden aan de verschillende stappen concrete gespreksmethodieken gekoppeld.
Kleine signalen, groot verschil
Vroegdetectie draait niet om bewijzen verzamelen of problemen labelen. Het gaat om alert zijn, signalen ernstig nemen en – waar mogelijk – het gesprek aangaan. Soms is één korte, zorgzame terugkoppeling al genoeg om iets in beweging te zetten.
Met deze infofiches willen we onderwijsprofessionals ondersteunen in die delicate maar waardevolle rol: niet als hulpverlener, wel als betrokken volwassene die mee waakt over de gezondheid en het welbevinden van leerlingen en studenten.
De infofiches voor het secundair en hoger onderwijs zijn nu beschikbaar en meteen inzetbaar in de praktijk.